Persbericht: Martiniplaza richt zich meer op zakelijke markt

woensdag 24 juni 2015

Met een verschuiving van de activiteiten richting de zakelijke markt en een kleinere en meer flexibele organisatie wil Martiniplaza haar vooraanstaande positie in (Noord-)Nederland veiligstellen. Dat blijkt uit het reorganisatieplan Martiniplaza 2.0.

Met ingang van 1 januari 2016 onderscheidt Martiniplaza de kernactiviteiten Beurs, Congres&Conferentie, Sport, Horeca, Theater en Muziek.
Die laatste activiteit zal ook buiten de organisatie zichtbaar zijn als Martiniplaza LIVE. De plannen richten zich met name op het vergroten van de zichtbaarheid, het terugdringen van inkooprisico’s op publieksvoorstellingen en het verlagen van operationele kosten. Martiniplaza waarborgt daarmee de continuïteit voor de lange termijn.

De reorganisatie zal er uiteindelijk toe leiden dat Martiniplaza de omslag maakt van een ‘operationele beheersorganisatie’ naar een ‘commerciële marktorganisatie’.
Om dat te bereiken is een versterking van marketing en commercieel management en een afbouw van voornamelijk vaste facilitaire functies nodig. Martiniplaza streeft ernaar om boventalligheid zoveel mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door een deel van het personeel te herplaatsen in een extern facilitair bedrijf.

De verwachting is dat per 1 juli aanstaande 6,6 fte boventallig zal zijn. Mede door de begeleiding van werk naar werk en een intensieve begeleiding in samenwerking met de Gemeente Groningen, verwacht Martiniplaza in de komende maanden de negatieve effecten voor het personeel te beperken.

Willem de Kok, directeur sinds 1 oktober 2014, ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. “Het was bij mijn aantreden duidelijk dat er iets moest gebeuren. De effecten van de recessie waren niet aan het bedrijf voorbij gegaan. De afgelopen maanden hebben we met collega’s hard gewerkt aan het plan voor Martiniplaza 2.0. Een modern bedrijf, dicht tegen de markt aan met goede faciliteiten. Met een kleine, meer flexibele organisatie ben ik ervan overtuigd dat we de concurrentie aankunnen.”